De No Blame Methode, een aanpak tegen pesten

De dramadriehoek
Bij het aanpakken van pestproblemen kun je als leerkracht of begeleider in de valkuil van de dramadriehoek terechtkomen. Een begeleider die in de dramadriehoek stapt neemt aanvankelijk de rol van Redder en Aanklager op zich; Redder van het slachtoffer, Aanklager van de pesters.

Redders creëren nieuwe slachtoffers en zullen wanneer zij niet in hun opzet slagen zelf gedesillusioneerd als Slachtoffer achterblijven. Kenmerkend voor de dramadriehoek is dat de rollen bij een persoon steeds verwisselen en dat na afloop niemand zich echt tevreden voelt.

De begeleider die als aanklager en redder veel inzet pleegt, loopt grote kans als Slachtoffer achter te blijven wanneer hij zal merken dat wat hij doet weinig of averechts effect heeft: 'Zie je nu hoe keihard ik gewerkt heb; en wat maakt het allemaal uit? Niks! (Arme ik…)'

In de dramadriehoek zijn mensen Aanklager, Slachtoffer of Redder.

Als je uitgaat van de kracht van mensen en niet van hun zwakheden, kun je mensen zien als Assertief, Kwetsbaar of Zorgzaam. Hoe kun je vanuit deze krachtige posities het pestprobleem aanpakken?

De No Blame-aanpak
Een mogelijkheid biedt de no-blame-benadering. Deze bestaat uit zeven stappen:

  1. Interview het slachtoffer. Het gaat er hierbij om dat de begeleider er achter komt door wie de gepeste leerling wordt belaagd. Wie nemen het voortouw; wie zijn de volgers? Maar vooral ook: wat gebeurt er intern, in het koppie, van het slachtoffer. Wat is het effect op hem als persoon van wat hem overkomt? Focus je op het gevoel van de leerling. Feitelijkheden zijn minder belangrijk. Vraag de leerling als 'huiswerkopdracht' tot uitdrukking te brengen hoe hij zich voelt (opstel, tekening, gedicht) En vraag of je dit product met andere leerlingen mag bespreken. Licht de ouders van de gepeste leerling en van de meest betrokken leerlingen in over je aanpak en vraag of zij erachter kunnen staan. Als dat zo is, kun je de volgende stappen zetten.
  2. Organiseer een gesprek met betrokken leerlingen (bij voorkeur 6 tot 8 leerlingen). Pesters, meelopers zowel als leerlingen met een positieve groepsinvloed. Het slachtoffer doet hieraan niet mee.
  3. Leg het probleem uit. Je gebruik hiervoor de huiswerkproduct. De begeleider vertelt hoe het slachtoffer zich voelt. De begeleider treedt absoluut niet in details, noch verliest zich in ja/nee-disucssies rond incidenten of beweerde feiten. Er wordt niet beschuldigd, noch worden er daders aangewezen. Leg de situatie op tafel zonder ook maar iemand te beschuldigen. De situatie is dat een klasgenoot zich op dit moment doodongelukkig voelt. Vertel dat niemand (op dit moment, naar aanleiding van deze situatie) bang hoeft te zijn voor straf, represailles. Iedere beschuldiging draagt de kiem in zich voor hernieuwd intensiever en ondergronds pesten.
  4. Gezamenlijke verantwoordelijkheid. De begeleider zegt dat in een groep ieder medeverantwoordelijk is voor hoe anderen zich voelen. En dat iedereen er aan bijdrage aan kan leveren hoe anderen zich voelen. Sterker nog; iedereen heeft altijd invloed. Als jij stil, rustig bent en je nooit ergens mee bemoeit, heb je ook invloed.
  5. De begeleider vraagt alle deelnemers om met ideeën te komen die er toe bijdragen dat de leerling die besproken wordt, zich gelukkiger gaat voelen. Dit kan er toe leiden dat de leerlingen tips hebben voor het slachtoffer. De begeleider becomplimenteert dit en vraagt of hij deze tips mag overbrengen aan het slachtoffer. Er vindt dus een omkering plaats: de leerlingen geven tips aan het slachtoffer en krijgen te horen 'fijn dat jullie meedenken en dat jullie op deze manier de ander helpen'. Daarna kan de begeleider zeggen: 'Fijn dat ik die tips van jullie mag overbrengen. Dat ga ik doen. Maar zijn er ook dingen die julie kunnen en willen doen om er voor te zorgen dat de ander zich prettiger voelt?' De begeleider moedigt aan en geeft positieve feedback, maar waakt er voor de leerlingen beloftes tot gedragsverbetering af te dwingen.
  6. Laat het probleem verder aan de groep over. Geef de leerlingen (en jezelf!) verantwoordelijkheid, rust en invloed. Spreek met hen af dat je later terugkomt op het probleem. Bedank hen voor het feit dat zij meedenken en meehelpen.
  7. Interview de leerlingen na één of twee weken. Vraag alle leerlingen die je eerder hebt gesproken, inclusief de gepeste leerling, na een week of twee, hoe de zaken nu lopen. Wat is er verbeterd? Doe hiervan verslag aan de ouders van de gepeste leerling en de meest betrokken ouders.
     

Omgaan met ge-ja-maar
Het lijkt erop dat je met deze aanpak geen stevige actie onderneemt. Wat zullen de ouders, de leerlingen, je collega's wel niet van je denken? De ervaring leert dat wanneer je een duidelijk uitgesproken pestbeleid hebt, betrokkenen open staan voor deze aanpak. De ellende ontstaat wanneer

  • klachten van ouders niet serieus genomen worden;
  • de school andere leerlingen gaat beschuldigen op vaak ongrijpbaar gedrag;
  • de school het slachtoffer de les gaat lezen: 'ze maakt het er zelf ook wel een beetje naar, vindt u niet?'
  • ouders denken te horen 'de school vindt dat mijn kinderen niet deugen' en dat interpreteert als 'ze vinden dus dat ik mijn kind niet goed opvoedt!'

Ouders en slachtoffers zullen kwaad, teleurgesteld zijn en misschien wel wraak willen, maar uiteindelijk willen ze gewoon een situatie waarin zij zich beter voelen.

Wat doe je bij concreet geweld?
Simpel: in dat geval moet je je verantwoordelijkheid als school nemen en de leerling aanspreken op zijn concrete gedrag. In sommige gevallen zul je er zelfs toe moeten besluiten een incident te melden bij de politie. Ook die harde maatregelen kun je nemen met respect voor de dader en zijn ouders.

Moet je alle feiten kennen?
In eerste instantie is het niet echt nodig. Je moet weten dat er gepest wordt en je moet de namen van de belangrijkste betrokkenen kennen. Het belangrijkste gegeven is dat een kind in de klas zich ongelukkig voelt en dat we daar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor hebben. Wanneer je serieuze actie moet ondernemen, zorg dan dat je de feiten op een rij hebt. Zorg ervoor dat je ze kunt presenteren zonder waarde-oordelen.

Pathologische pesters
Het kan voorkomen dat kinderen vanuit schade die zij hebben opgelopen pathologische pesters zijn die niet aanspreekbaar zijn op hun gedrag. Voor hen is de no-blam-methode niet geschikt. Deze pesters moeten op een andere manier geholpen worden. Leerlingen moeten tegen hen beschermd worden.

Pathologische slachtoffers
Sommige kinderen hebben zulke gebrekkige sociale vaardigheden, of zijn zo beschadigd dat zij niet anders kunnen dan weerstand bij anderen oproepen. Deze kinderen moeten op gepaste manier geholpen worden. Maar dit ontneemt de klas niet haar verantwoordelijkheid.