Het begrip handicap is aan verandering onderhevig is en vloeit voort uit de wisselwerking tussen personen met functiebeperkingen en sociale en fysieke drempels die hen belet ten volle, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.

Dit is van belang omdat een handicap dus niet iets is wat exclusief vastzit aan een persoon, zoals een functie beperking (het medisch model), maar ook bestaat uit de fysieke en sociale belemmeringen in de maatschappij die mensen beletten ten volle te participeren (het sociale model).

De Landelijke Beroepsgroep voor Intern Begeleiders (LBiB) wijst er op om succesvol over te gaan op meer passend onderwijs drie zaken van belang zijn:

  1. Een focusshift van het medisch model naar het sociale model. Zolang het medisch denken, het vaststellen van een handicap, de toegang tot speciale onderwijszorg mogelijk maakt, blijft een verwijzing naar het speciaal onderwijs een mogelijkheid om de prestaties van reguliere scholen te versterken. Daar reguliere scholen in toenemende mate worden afgerekend op hun prestaties is er hier sprake van een heuse systeemfout. De uitdaging voor Passend Onderwijs lijkt te liggen in het sociale model: het ontwikkelen van competenties bij de leerlingen om effectief om te kunnen gaan met de ‘risico’s’ die een deelname aan de maatschappij met zich meebrengt. Passend Onderwijs wordt zinvoller als barrières die de schoolomgeving en het onderwijsprogramma opleveren voor alle leerlingen worden geslecht;
  2. Ten tweede is het verankeren van Passend Onderwijs in wetgeving essentieel. Onze overheid zou expliciet moeten maken dat de thuisnabije school dé plaats is waar elke leerling uit die buurt zijn/haar onderwijs geniet;
  3. Als laatste is een verandering noodzakelijk in de mindset van de leerkrachten: bij Passend Onderwijs hoort een passende mindset: iedere leerling heeft unieke talenten en heeft dus in principe een plaats in mijn klas en mijn school.