Een steeds groter deel van onze jeugd loopt vast en krijgt een label. Dat zien we niet alleen in het onderwijs maar ook in de (jeugd)zorg. Het aantal rugzakjes steeg tussen 2003 en 2008 van 11.000 naar 36.000. Tegelijkertijd nam ook het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs toe met bijna 25%. En ook in de (jeugd)zorg zijn de gegevens indrukwekkend. Zo verdubbelde tussen 2006 en 2008 het bedrag dat is gemoeid met de persoonsgebonden budgetten!
Ook internationaal gezien is het aandeel speciaal onderwijs in Nederland hoog. We weten steeds meer en signaleren en diagnosticeren steeds vroeger wanneer de ontwikkeling van een leerling stagneert. Ook verandert de maatschappelijke context. Er zijn meer leerlingen uit gebroken gezinnen, sociale structuren veranderen, de tolerantie voor afwijkend of dwars gedrag is afgenomen. Het effect is dat de behoefte aan maatwerkondersteuning voor leerlingen in het onderwijs is toegenomen, waarbij er steeds sneller een beroep wordt gedaan op professionele hulp en speciale zorg.

In de afgelopen jaren is het bedrag dat wordt besteed aan zorg en ondersteuning aan leerlingen gegroeid tot ruim 2 miljard. En ook in het kader van passend onderwijs gaan vele miljoenen extra naar het verbeteren van zorg in het onderwijs. Er wordt hard gewerkt aan regionale netwerken van primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs, die uitgekiende zorg moet gaan bieden via één loket.

Met de nieuwe wet passend onderwijs komt er een systeem dat leerlingen zoveel mogelijk in het reguliere stelsel houdt met onderwijs- en zorgaanbod dichtbij huis waarbij niet alle leerlingen met een relatief lichte hulpvraag in speciale geïndiceerde voorzieningen terechtkomen. Dat betekent dat niet alle leerlingen naar het reguliere onderwijs moeten. Maar het reguliere onderwijs heeft meer opleidingsmogelijkheden dan het kleinschalige speciaal onderwijs. Leerlingen moeten pas overstappen naar het speciaal onderwijs als het echt noodzakelijk is. Voor sommige groepen leerlingen zijn er tussenvarianten tussen regulier onderwijs en speciaal onderwijs nodig.

In plaats van de nadruk te leggen op wat een leerling niet kan, moet de focus worden gelegd op dat wat nodig is om het leerling de mogelijkheid te bieden zich optimaal te ontwikkelen. Dat vergt een cultuuromslag. Een focusshift van het medische model naar het sociale model. Zolang het medisch denken, het vaststellen van een handicap, de toegang tot speciale onderwijszorg mogelijk maakt, blijft een verwijzing naar het speciaal onderwijs een mogelijkheid om de prestaties van reguliere scholen te versterken. De uitdaging voor passend onderwijs lijkt te liggen in het sociale model: het ontwikkelen van competenties bij de leerlingen om effectief om te kunnen gaan met de risico’s die een deelname aan de maatschappij met zich meebrengt. Passend onderwijs wordt zinvoller als barrières die de schoolomgeving en het onderwijsprogramma opleveren voor alle leerlingen worden weggehaald.

Reacties van…

PO-Raad

De leden kunnen zich op hoofdlijnen vinden in het nieuwe beleid, al vinden ze de beheersingsmaatregelen reden tot zorg. Ze willen dat de nieuwe bekostigingssystematiek en de toewijzing van zorg zeer zorgvuldig worden geregeld. Ze vragen om een adequate overgangstermijn en een goede steun bij de invoering.

VO-Raad

De leden van de raad zijn uitgebreid geraadpleegd. Ze willen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, en accepteren daarom de zorgplicht. Ze zien de omslag naar passend onderwijs wel als een zware opdracht en hebben nog veel uitwerkingsvragen, kanttekeningen en voorwaarden. Vooral voor de financiering maken ze een voorbehoud.

MBO Raad

De leden van de MBO Raad zien ook kansen, maar zijn onzeker over de consequenties van de groeiende toestroom van zorgleerlingen in het mbo; de inzet van zorg; de verdeling en toewijzing van middelen; het borgen van een goede overgang tussen de verschillende onderwijsvormen.

Onderbouwing voor de nieuwe wet Passend Onderwijs

Er zijn de laatste jaren een groot aantal onderzoeken en evaluaties uitgevoerd over het functioneren en de effectiviteit van speciaal onderwijs in Nederland. Het zijn de resultaten van deze onderzoeken die de noodzaak voor de ommekeer in het denken over passend onderwijs onderstrepen. Hieronder volgt een aantal van de meest opvallende resultaten:

  • Ondanks de rugzakfinanciering, de samenwerkingsverbanden en een van de hoogste verwijspercentages naar het speciaal onderwijs ter wereld, kunnen in Nederland jaarlijks ongeveer 3.000 leerlingen niet een of andere vorm van onderwijs volgen en zitten dus, al dan niet tijdelijk, thuis;
  • De huidige rugzakfinanciering is bedoeld om leerlingen die dat nodig hebben extra zorg en faciliteiten te kunnen bieden. Echter uit onderzoek van het ministerie blijkt dat scholen tot op heden onvoldoende zorg op maat kunnen aanbieden. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld gebrek aan expertise of gebrek aan faciliteiten. Ook komt het voor dat de gelden besteedt worden aan randvoorwaardelijke zaken zoals klassenverkleining, waardoor het niet rechtstreeks ten goede komt aan de leerling;
  • De jeugdhulpverlening en andere hulpverleningsinstanties werken nog onvoldoende samen met de scholen waardoor bijvoorbeeld onderzoeken dubbel worden gedaan, relevante informatie niet wordt doorgegeven, veel tijdsverlies optreedt en vooral niemand zich verantwoordelijk voelt om een probleem van een thuiszittende leerling op te lossen;
  • De Nederlandse overheid probeert leerlingen die speciale onderwijszorg nodig hebben, te integreren in het gewone reguliere onderwijs. Dit proces is gestart in 1990 met de invoering Weer Samen Naar School (WSNS) en in 2003 versterkt door de invoering van Leerling Gebonden Financiering (LGF). De verwachting was dat het aantal leerlingen binnen het speciaal onderwijs zou afnemen. Het CBS (juli 2008) laat zien dat zowel het leerlingenaantal op de speciale scholen als ook het aantal ‘rugzakken’ explosief blijft groeien. Deze explosieve groei is vooral waar te nemen in cluster 4 voor leerlingen met gedrag- en psychiatrische problemen. Het evaluatierapport ‘Weer Samen Naar School Welbeschouwd’ (Meijer, 2004) laat zien dat er aan de versterking van de reguliere leraar nog weinig is gedaan; de adaptieve kwaliteiten van reguliere leerkrachten zijn nog onvoldoende toegenomen om voor elke leerling een goed onderwijsaanbod te kunnen realiseren. ‘Het blijven bestaan van het uitstekend geoutilleerde systeem van speciale scholen kan reguliere scholen stimuleren hun ‘lastige’, ‘problematische’ of ‘ingewikkelde’ leerlingen te blijven verwijzen’ (Schuman 2007:268). Vooral de gedragsproblematische leerlingen vormen een grote uitdaging voor de leraar.
  • Er komen te veel jongeren in de Wajong terecht. Uit cijfers van het UWV blijkt dat zo’n 44% van de instroom in de Wajong uit het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs komt. Soms is dat begrijpelijk, gezien de ernst van de handicap of stoornis. Te veel leerlingen krijgen nu een label opgeplakt, in de vorm van een indicatie. Steeds meer leerlingen in het schemergebied tussen eenzelvig en licht autistisch, druk en ADHD krijgen het stempel speciaal. Die indicatie betekent meer geld voor zorg. Maar een indicatie betekent ook een stigma. Te gemakkelijk verdwijnen leerlingen richting een levenslange uitkering;
  • De Evaluatie- en adviescommissie Passend Onderwijs (ECPO) stelt dat onvoldoende duidelijk is wat passend onderwijs concreet op school moet betekenen. De commissie legt de vinger op de zere plek. Passend onderwijs is tot nu toe vooral een bestuurlijke kwestie, die zich afspeelt op te grote afstand van de klas en de school.

Zorgplicht

De nieuwe wet passend onderwijs betekent ook het invoeren van een zorgplicht voor schoolbesturen. Hoofdlijn van de uitwerking van de zorgplicht:

Zorgplicht voor schoolbesturen en de geschillencommissie
De zorgplicht verplicht schoolbesturen om te zorgen voor passend onderwijs voor alle leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte die op school worden aangemeld of al staan ingeschreven.

Evenwicht tussen ruimte en waarborgen
Scholen en hun besturen moeten de zorgplicht uit kunnen voeren op een manier die past bij de regionale situatie. Tegelijkertijd moeten er wettelijke garanties zijn dat alle leerlingen een passende plek krijgen, liefst op de school waar ouders hun leerling willen inschrijven.

Onderwijszorgprofiel en een dekkend aanbod
Scholen stellen met het personeel een onderwijszorgprofiel op. Het onderwijszorgprofiel geeft aan welke zorg en ondersteuning een school kan bieden, eventueel met hulp van derden.

Deskundigheidsbevordering leraren
Essentieel voor het slagen van passend onderwijs is dat leraren beter toegerust worden om met diversiteit in de klas om te kunnen gaan. Dit geldt voor zowel aankomende als voor zittende leraren.

Medezeggenschap
Personeel, ouders en leerlingen, verenigd in de medezeggenschapsraad, krijgen een instemmingsbevoegdheid op de inrichting van de onderwijszorg.

Vaststellen ondersteuningsbehoefte
Wanneer ouders of de school vermoeden dat extra ondersteuning nodig is, moet de ondersteuningsbehoefte van de leerling worden vastgesteld op basis van handelingsgerichte diagnostiek.

Ondersteuning van ouders
Ouders worden bij passend onderwijs op verschillende manieren ondersteund. Er wordt gezorgd voor goede en toegankelijke algemene informatie over passend onderwijs en ondersteuning en deskundig advies bij het beoordelen van het aanbod van de school voor hun leerling.

Onze focus: Onderwijs Dat Past

Wij leggen de focus op het sociale model waarbij we kijken naar de mogelijkheden en draagkracht, om vandaar uit te komen tot daadwerkelijk handelen.

Wij vinden dat de leraar, de manager, intern begeleider en andere specialisten met elkaar in gesprek zouden moeten gaan over hoe een leraar omgaat met een leerling met een probleem in een reguliere school. Deze dialoog kunnen we faciliteren waarbij we kiezen voor een waarderende benadering. Wat gaat er nu al goed en hoe kunnen we er met elkaar voor zorgen dat het nog beter gaat. Hiervoor hebben we een uitgebreid samenhangend aanbod.

In ons aanbod (o.a. het krachtenspel1) vertrekken we vanuit de drijfveren van de docent en niet vanuit het probleem in de klas of de stoornis van de leerling. Een methodische aanpak dient als startmotor om de leervragen van docenten te genereren.

We kiezen ervoor om onze ondersteuning te concentreren op concrete handelingsmogelijkheden voor de docent in de eigen klas. Dit betekent een grotere focus op leren op de werkplek en onderwijs dat past!

Samengevat

  • Uitgaan van mogelijkheden en draagkracht volgens het sociale model;
  • Alle leerlingen beschikken over unieke talenten en horen in principe thuis in de klas in een reguliere school in de nabije buurt. De waarderende insteek: 'wat kan een leerling wél', vormt hierbij de rode draad;
  • Het inzetten van o.a. het krachtenspel om de benodigde kanteling in het denken over zorg te faciliteren;
  • Het ondersteunen van docenten in het reguliere PO en VO bij het ontwikkelen van kennis en vaardigheden om met een breed scala aan leerbehoeften van leerlingen adequaat om te gaan;
  • De docent leert het meest effectief op zijn eigen werkplek en we hebben ons aanbod hierop, zo veel als mogelijk, ingericht.

1 Het krachtenspel is een spel dat de deelnemers bewust maakt van stigmatiserende gedachten over leerlingen die extra zorg en aandacht nodig hebben.